Tickets

Peter Lipton: Ark van Noah alleen voor kikkers

Overleven is de bedoeling voor de kikkers die bivakkeren in de ‘balsa de los sapos’, reddingsvlotten voor kikkers in Ecuador. Peter Lipton fotografeerde hen, gefascineerd door de beestjes met een gemiddelde lengte van 7 cm, sprankelende kleuren, sommige doorzichtig zoals de kristal kikker bij wie je het hartje kunt zien kloppen. Met pootjes met schattige teentjes en ogen met twee oogleden, waarvan het neergelaten tweede beschermende ooglid de kikkers een buitenaards aanzien geeft. Roerloos lijken ze in de camera te kijken. In de praktijk was het allesbehalve roerloos. Tijdens het fotograferen sprong menig kikker weg. Vindplaatsen waren de wanden en het plafond.

Balso de los sapos

Lipton kwam met een omweg bij de ‘balso de los sapos’ terecht. Na zijn stage bij de Volkskrant aan het einde van zijn opleiding mocht hij een bestemming kiezen om vrij werk te maken. Het werd het Amazonegebied. Diep in het oerwoud trof hij een indianenstam, traditioneel levend en zonder enig idee van wat bezit is. Totdat oliemaatschappijen toestemming kregen om hier naar olie te gaan boren. Complexen zo groot als de Maasvlakte verschenen in de tot dan toe ongerepte natuur. Een netwerk van buizen, hoge hekwerken, enorme olievaten en boorpijpen buiten gebruik met een kooi eromheen en grit op de grond, zodat er niets meer groeit detoneren het gebied. Regelmatig vallen er doden onder de Indianen door gevechten met beveiligers met wie ze in een keer moeten onderhandelen over land dat hún bezit is. Na het documentaire werk dat Lipton hier maakte, trok hij door naar de ‘ balsa de los sapos’, de reddingsvlotten voor kikkers.

Met huid en haar in het archief

Het fotograferen is maar een van de handelingen in het determineren, categoriseren, kortom het tot in detail vastleggen van de kikkers, tot en met hun DNA. De amfibieën zijn hier om hen voor het uitsterven te behoeden. Bedreigingen zijn: ziektes, schimmelinfecties en klimaatverandering.
Het wordt ze zo veel mogelijk naar de zin gemaakt. Vanuit de meest ‘luidruchtige kamer in het centrum’ vanwege het insectengeknisper en -gesjirp krijgen ze voor hen persoonlijk gekweekte maaltijden van sprinkhanen, meelwormen, vliegjes en larven.
Komen ze te overlijden dan belanden ze definitief met huid en haar in het archief, waar nu al onafzienbare rijen met glazen potjes ter grootte van een jampot staan. Alle stuk voor stuk wit gelabeld met een uitermate nauwkeurige beschrijving van wie ze zijn, of waren, hun DNA apart bewaard zodat mocht de technologie zover zijn, hun soort alsnog tot leven kan worden gewekt.

Oog voor schoonheid

Liptons geduld, nieuwsgierigheid en oog voor schoonheid van details komt eens te meer terug in het volgende project waar hij mee bezig is: het fotograferen van insecten. Van één insect maakt hij zo’n 160 tot 300 foto’s met een geringe scherptediepte. Een softwareprogramma berekent van iedere foto het meest scherpe deeltje en bouwt vervolgens het totaalbeeld op. Resultaat: schitterende detailfoto’s waarop het insect niet meer een insect is, maar een prachtige weergave van een bijzonder object, zachtharig of met fluorescerende kleuren.

Verslag: Carla van Gaalen

Foto credits: Ron Magielse