Tickets

Interview met de kersverse Fotograaf des vaderlands

Jan Dirk van der Burg werd tijdens de openingsavond van BredaPhoto uitgeroepen tot de Fotograaf des Vaderlands. Maar de foto’s die hij tijdens het festival laat zien, zijn niet van hem. Een gesprek over fotografie in tijden van social media, wethouders met kort stekelhaar en Yolanthe. Door Guido van Eijck.

Fotografieliefhebbers kennen Jan Dirk van der Burg (1978) van zijn foto’s voor De Correspondent en Volkskrant Magazine, waarin hij een wekelijkse beeldcolumn heeft. Of van zijn boek Olifantenpaadjes, een reeks foto’s van spontaan gevormde afsnijweggetjes. Tijdens de opening van BredaPhoto werd Van der Burg uitgeroepen als nieuwe Fotograaf des Vaderlands, en is daarmee twee jaar lang het gezicht van de Nederlandse fotografie. Een landelijke theatertour over fotografie staat al gepland.

En toch komt deze documentair fotograaf nauwelijks nog aan fotograferen toe. In plaats daarvan speurt hij het internet af en verzamelt hij beelden die niet-professionele fotografen via Twitter, Facebook of Instagram de wereld insturen. Tijdens BredaPhoto toont hij zijn nieuwe serie Command, Shift, 4. Nieuwe Inzichten in de Online Beeldcultuur, een verwijzing naar de sneltoetsen waarmee je op Apple-computers een screenshot maakt. We spreken hem over de wijsheden van socialite Yolanthe, poses van prostituees naast verwarmingsradiatoren en de censuurlessen van soapster en moeder Marly.

Je bent documentair fotograaf, maar vindt al jaren je meeste onderwerpen online. Hoe is dat zo gekomen?

“Ik kom inderdaad steeds minder buiten om te fotograferen. Ik ben ooit begonnen met fotograferen omdat ik de wonderlijke gedragingen van de mens wilde vastleggen. Nu vinden die vooral plaats op een plek waar ik met mijn camera niet bij kan, namelijk: online. En dus heb ik kleine koersveranderingen toegepast om die kant van de wereld ook inzichtelijk te maken voor een groter publiek. Je vindt online soms dingen waarvan de makers zich zelf niet realiseren hoe goed het is.”

Wat vind je zo goed aan dit soort foto’s?

“Een amateurfotograaf is eigenlijk alleen maar bezig met informatie-overdracht, terwijl een professional zich steeds afvraagt of zijn manier van fotograferen binnen zijn oeuvre past: een schuine horizon, met of zonder flitslicht? Dat doe ik ook als ik achter de camera sta; ik moet een Jan Dirk-foto maken, denk ik dan. Amateurfotografen hebben daar geen last van.”

Welke rol speelt de fotograaf dan wel nog bij de series die jij samenstelt?

“Als curator, iemand die de beeldtsunami categoriseert. In de online beeldcultuur zijn mensen vooral bezig met dat wat ze maken. Dat gooien ze online over de schutting en gaan zo snel mogelijk weer door naar de volgende beleving. Daar zit niet veel reflectie in. Professionele fotografen zijn juist in staat om daar een verhaal van te maken, om na te denken vanuit een breder perspectief.”

Veel van je collega’s zullen de online amateurfotografie als een bedreiging ervaren.

“Laat ik zeggen: ik zie veel meer mogelijkheden dan problemen. Maar er zijn natuurlijk veel fotografen die liever hele mooie foto’s willen maken. Met prachtige composities en de juiste lichtinval, in de stijl van de boeken van Magnum-fotografen of Ed van der Elsken. Dat is inderdaad veel moeilijker geworden. Er zijn minder plekken om te publiceren en het levert niks meer op.”

En toch ben jij behoorlijk optimistisch.

“Ik zie het als de democratisering van het medium en ik voel de behoefte om deze ontwikkelingen niet af te houden maar te omarmen. Ik ben professioneel fotograaf, maar ook een enorme liefhebber van beeld. En vanuit dat oogpunt heb ik echt het idee dat ik in de Gouden Eeuw leef. Foto’s op Instagram, Facebook of Twitter komen veel directer bij wat de maker wil, juist omdat er geen professionele fotograaf tussen zit. Voor mij is dat 24-karaats fotografisch materiaal dat ik gewoon in mijn pyjama achter de laptop van het scherm kan scheppen als ik ‘command, shift, 4’ indruk. Ik denk dat Henri Cartier-Bresson of Robert Capa, als die nu zouden leven, ook niet meer alleen de ontspanknop zouden indrukken. Die zouden ook op zoek gaan naar vernieuwing.”

Tijdens BredaPhoto is ook nieuw werk van Geert van Kesteren te zien, die als oorlogsfotograaf al vroeg experimenteerde met foto’s gemaakt door ‘burgerjournalisten’.

“Dat is inderdaad een perfect voorbeeld waar het gelukt is om dit soort foto’s in de oorlogsjournalistiek te gebruiken. Baghdad Calling is een van mijn favoriete fotojournalistieke boeken. Ik wil zeker ook niet beweren dat ik de eerste ben die dit gordijntje opentrekt. Als je naar fotoboeken kijkt is het meer regel dan uitzondering dat er wordt gewerkt met found footage of op zijn minst met documentatiemateriaal.”

Sinds een aantal jaar volgt en registreert Van der Burg structureel (en ongevraagd) hoe mensen hun online-levens leiden. Hij verzamelt en categoriseert foto’s en profielpagina’s. Een deel van zijn vondsten nam hij mee naar Breda. Daaronder zijn series wethouders van middelgrote gemeenten met kort stekeltjeshaar, poses van vrouwen naast verwarmingsradiatoren op prostitutiemarktplaats kinky.nl en de wijsheden die socialite Yolanthe op Instagram met haar volgers deelt. Stuk voor stuk foto’s die de meesten nauwelijks zullen opvallen. Maar eenmaal in een reeks geplaatst vormt zich een verhaal dat zichzelf vertelt.

In 2015 begon hij met de publicatie van een serie Tweetbundels, biografieën van fanatieke Twitter-gebruikers die hij samenstelde uit al het materiaal dat zij door de jaren heen online hadden gezet. Een “#visionair” was hij in de woorden van voetbaltrainer Aad de Mos, zelf een van de geportretteerden.

Wat voor reacties roept jouw werk op bij de mensen die erin centraal staan?

“Als ik weer een Tweetbundel af had, stuurde ik er altijd meteen eentje op. ‘Van harte, je bent nummer drie in de serie Tweetbundels over de interessantste twitteraars van Nederland.’ Die mensen wisten van niks en vaak schrokken ze. Ze kennen die foto’s alleen uit hun telefoon of waren ze al lang weer vergeten. Maar vervolgens waren mensen toch ook verrast en blij. Je krijgt toch ineens een boek thuisgestuurd met jouw hoofd op de cover. Eigenlijk heeft alleen Halina Reijn nooit een reactie gestuurd. Maar die heeft me wel geblokkeerd op Twitter, dus die zal er niet zo blij mee zijn geweest.”

Zie je dat gedrag op social media verandert?

“Ik zie de online en offline wereld steeds dichter bij elkaar komen. Dat is een mooie ontwikkeling om te volgen en op te reflecteren. Veel mensen zien een grens tussen het ‘echte’ leven en het internet, en wie teveel met dat laatste bezig is, zou verslaafd zijn. Maar sommige mensen zien geen onderscheid tussen wat ze in real life en online beleven. Ik heb bijvoorbeeld een Tweetbundel over Elisa gemaakt, een hele normale vrouw die filiaalhouder is van de Eyewish in Woerden. Ze twittert 140 berichtjes per dag. Als ze in supermarkt staat, fotografeert ze de rij en schrijft: ‘zo aan de beurt’. Zij is eigenlijk heel bijzonder. Ze heeft ook getweet over haar vriend die op de fiets een hartinfarct kreeg. Ze tweette live hoe hij in het ziekenhuis lag en later overleed.”

Social media worden dus realistischer?

“Jazeker, online gaat steeds meer op het echte leven lijken. En ook zie je dat bepaalde kinderziektes van social media verdwijnen. Op Facebook zie je eigenlijk nooit meer dat iemand zijn bord eten fotografeert. Mensen zien dat daar gewoon minder likes op komen. Dat reguleert zichzelf.”

Is dat een van die “nieuwe inzichten” waarnaar je in de titel van je tentoonstelling op BredaPhoto naar verwijst?

“Die inzichten moet je met een korreltje zout nemen, hoor. Dat veel wethouders van middelgrote gemeenten opstaand stekeltjeshaar hebben is gewoon een plezierig inzicht. Bij het verhaal over soapster Marly van der Velden die foto’s censureert om de privacy van haar dochter te waarborgen, heb ik een handboek gemaakt voor ouders die worstelen met de wens om te laten zien wat hun kinderen doen, maar ook hun privacy willen beschermen. Zij heeft een manier gevonden om haar dochter te fotograferen zonder haar gezicht te laten zien.”

Noem eens zo’n tip.

“Ze fotografeert haar dochter bijvoorbeeld als ze in de maxi cosi zit en het hengsel precies over haar ogen valt. Het lijkt toeval, maar je kind is toch gecensureerd. Of een foto waar haar kind in een fontein speelt en de waterstraal net voor haar gezicht komt.”

Is je eigen internetgedrag de afgelopen jaren veranderd?

“Ik ben een vrij laffe social media gebruiker, voor mij is het een soort digitale reclamezuil. Maar op Facebook probeer ik wel een toon aan te slaan waardoor de online Jan Dirk van der Burg niet teveel van de offline-versie verschilt. En ik probeer soms ook teleurstellingen te delen. Dat is iets wat je ziet verschuiven. Een jaar of twee, drie geleden maakte iedereen een grote bos bloemen van zijn leven en zag je nooit iets negatiefs. Nu delen mensen ook vaker ziektes, sombere dagen en andere gevoelige dingen in het leven.”